STAP 1: Nakijken inclusiecriteria
ü
ouder zijn dan 18 jaar
ü
de patiënt gaat akkoord met
het opmaken van een zorgtrajectcontract
ü
in staat zijn zich te kunnen
verplaatsen naar de huisarts en specialist
ü
per jaar minstens 2
raadplegingen bij de huisarts en minstens 1 raadpleging bij de specialist
ü
er is een globaal medisch
dossier bij de huisarts
ü
lijden aan chronische
nierinsufficiëntie gedefinieerd als:
§
een berekende GFR <
45ml/min/1,73m² volgens de vereenvoudigde MDRD-formule, een tweede maal
bevestigd na ten minste 3 maanden
EN/OF
§
een proteïnurie >
1g per dag, een tweede maal bevestigd na ten minste 3 maanden
ü
niet in dialyse zijn
ü
geen niertransplantatie
ondergaan hebben
STAP 2: De patiënt informeren
Het is belangrijk dat de patiënt
goed geïnformeerd wordt over de bedoeling en de meerwaarde van zijn
zorgtraject en over zijn aandeel in heel dit systeem.
STAP 3: Het zorgtrajectcontract
ondertekenen
Het zorgtrajectcontract dient
ondertekend te worden door de huisarts, de patiënt en de specialist.
Indien het contract opgemaakt
wordt door de huisarts
→ de huisarts en de
patiënt ondertekenen het contract
→ de patiënt maakt een
afspraak bij de specialist
→ de patiënt neemt
zijn contract mee naar de specialist en vraagt hem te tekenen
→ de patiënt bezorgt
het contract terug aan zijn huisarts
Indien het contract opgemaakt
wordt door de specialist
→ de specialist heeft
getekend
→ de patiënt heeft
getekend
→ de patiënt neemt het
zorgtrajectcontract mee naar zijn huisarts
→ de huisarts tekent
STAP 4: Het zorgtrajectcontract
opsturen naar het ziekenfonds
Eens de patiënt, de huisarts
en de specialist het zorgtrajectcontract ondertekend hebben, neemt de
huisarts een kopie van het contract, die hij opstuurt aan de adviserend
geneesheer van het ziekenfonds van de patiënt.
Het originele contract wordt
bij het GMD gevoegd.
STAP 5: Het
individueel zorgplan
De huisarts bespreekt samen
met zijn patiënt hoe de opvolging van zijn aandoening verder zal aangepakt
worden: bvb. concrete doelstellingen (beweging, gewichtscontrole, …), de
opvolging van de doelstellingen, praktische afspraken maken rond bezoek aan
de specialist, bijkomende onderzoeken, …
Contacten met de andere
betrokken hulpverleners is hierbij belangrijk: dit kan telefonisch, via
mail, … (andere betrokkenen moeten de huisarts op de hoogte houden van hun
activiteiten via verslagen).
De huisarts kan voor deze
stap het document “Zorgtraject chronische nierinsufficiëntie –
opvolgingsplan” als leidraad gebruiken.
STAP 6: Voorschriften
De huisarts schrijft de
nodige voorschriften en verwijsbriefjes:
1)
Voorschrift voor een
gevalideerde bloeddrukmeter
Ÿ op het voorschrift wordt vermeld
“Zorgtraject chronische nierinsufficiëntie”
Ÿ de huisarts hoeft geen merknaam te
vermelden op het voorschrift
2)
Voorschrift consultatie diëtetiek
Ÿ op het voorschrift wordt vermeld:
“Zorgtraject chronische nierinsufficiëntie”
Ÿ er is een bijkomend document beschikbaar
die de huisarts kan invullen bij doorverwijzing naar een diëtiste, zodat
deze de over de nodige info beschikt (dit document kan via het LMN
opgevraagd worden)