STAP
1: Nakijken inclusiecriteria
ü
de patiënt gaat akkoord met het opmaken van een
zorgtrajectcontract
ü
1 of 2 insulinespuiten per dag
ü
onvoldoende controle bij maximale orale behandeling, waarbij
insulinebehandeling overwogen wordt
ü
in staat zijn zich te kunnen verplaatsen naar de huisarts en specialist
ü
per jaar minstens 2 raadplegingen bij de huisarts en minstens 1
raadpleging bij de specialist
ü
er is een globaal medisch dossier bij de huisarts
ü
exclusie voor diabetes type 1
ü
exclusie in geval van zwangerschap of zwangerschapswens
ü
exclusie indien meer dan 2 insulinespuiten per dag
STAP
2: De patiënt informeren
Het is belangrijk dat de patiënt goed geïnformeerd wordt over de
bedoeling en de meerwaarde van zijn zorgtraject en over zijn aandeel in heel dit
systeem.
STAP
3: Het zorgtrajectcontract ondertekenen
Het zorgtrajectcontract dient ondertekend te worden door de huisarts, de
patiënt en de specialist.
Indien
het contract opgemaakt wordt door de huisarts
→
de huisarts en de patiënt ondertekenen het contract
→
de patiënt maakt een afspraak bij de specialist
→
de patiënt neemt zijn contract mee naar de specialist en vraagt hem te tekenen
→
de patiënt bezorgt het contract terug aan zijn huisarts
Indien
het contract opgemaakt wordt door de specialist
→
de specialist heeft getekend
→
de patiënt heeft getekend
→
de patiënt neemt het zorgtrajectcontract mee naar zijn huisarts
→
de huisarts tekent
STAP
4: Het zorgtrajectcontract opsturen naar het ziekenfonds
Eens de patiënt, de huisarts en de specialist het zorgtrajectcontract
ondertekend hebben, neemt de huisarts een kopie van het contract, die hij
opstuurt aan de adviserend geneesheer van het ziekenfonds van de patiënt.
Het originele contract wordt bij het GMD gevoegd.
STAP
5:
Het individueel zorgplan
De huisarts bespreekt samen met zijn patiënt hoe de opvolging van zijn
aandoening verder zal aangepakt worden: bvb. concrete doelstellingen (beweging,
gewichtscontrole, …), de opvolging van de doelstellingen, praktische afspraken
maken rond bezoek aan de specialist, bijkomende onderzoeken, …
Contacten met de andere betrokken hulpverleners is hierbij belangrijk:
dit kan telefonisch, via mail, … (andere betrokkenen moeten de huisarts op de
hoogte houden van hun activiteiten via verslagen).
De huisarts kan voor deze stap het document “Zorgtraject diabetes type
2 – opvolgingsplan” als leidraad gebruiken.
STAP
6: Voorschriften – Verwijsbriefjes
De huisarts schrijft de nodige voorschriften en verwijsbriefjes:
1)
Voorschrift
voor een glucometer + lancetten en strookjes (pakket voor 6 maanden = 3x50
strookjes, 100 lancetten)
Ÿ op het voorschrift wordt vermeld: “Zorgtraject diabetes”
Ÿ de huisarts hoeft geen merk/type glucometer te vermelden, dat doet de
diabeteseducator
2)
Verwijsbriefje
voor de diabeteseducator
De
huisarts kan een voorgedrukt formulier bekomen via het Lokaal Multidisciplinair
Netwerk Lokeren/Lochristi.
3)
Voorschrift
consultatie diëtetiek
Ÿ op het voorschrift wordt vermeld: “Zorgtraject diabetes”
Ÿ er is een bijkomend document beschikbaar die de huisarts kan invullen
bij doorverwijzing naar een diëtiste, zodat deze de over de nodige info
beschikt
4)
Verwijsbriefje
voor de podoloog
De huisarts kan een voorgedrukt formulier bekomen via
het Lokaal Multidisciplinair Netwerk Lokeren/Lochristi.
5)
Hernieuwing
voorschriften voor lancetten en strookjes: om de 6 maanden
Ÿ op het voorschrift wordt vermeld “Zorgtraject diabetes”
6)
Hernieuwing
glucometer: na drie jaar
Ÿ
op het voorschrift vermelden: “Zorgtrajecten diabetes”
Ÿ
hier moet de huisarts ook bijkomend een educatiesessie voorschrijven (De huisarts kan een voorgedrukt formulier bekomen via het Lokaal
Multidisciplinair Netwerk Lokeren/Lochristi)